11 Thesen - These 2: De basis van maatschappelijke kracht, ligt in de organisatie

Hier kun je discussieren over 11 Thesen - These 2: De basis van maatschappelijke kracht, ligt in de organisatie .
These 2 - De basis van maatschappelijke kracht, ligt in de organisatie

Binnen de linksradicale beweging, onder linkse academici en onder jonge politiek activisten in Duitsland [, Noordwest-Europa] (en ook veel andere westerse landen) (*1), heerst een breed gedragen vijandigheid tegenover organisatie – of beter gezegd: organisatie wordt op zijn minst niet als een noodzaak gezien. We zien eerder veel van elkaar los gevoerde strijden en kleine gescheiden groepen.

Een van de belangrijkste redenen voor deze vijandige houding tegenover organisatie onder linksradicalen ligt naar ons idee in het feit dat de kennis over radicale democratie en antiautoritaire organisatievormen vergaand verloren is gegaan. Wanneer er over de opbouw van revolutionaire organisaties gesproken wordt, dan associëren de meesten dit met dogmatische kaderstructuren, leiderschap en centralistische concepten waarin autoriteit, hiërarchie, instrumentalisering, vervreemding van de leden en bureaucratie gereproduceerd worden (wat terecht door antiautoritairen wordt afgewezen). Onder linksradicale die wél positief tegenover organisatie staan, vallen in debatten en organisatiepogingen juist weer bijna uitsluitend terug op deze autoritaire en centralistische organisatievormen.

Als verdere oorzaak is de groeiende invloed van theorieën aan te wijzen die uit de ondergang van de socialistische bewegingen voortkomen, oorsprong vinden in de afwijzing van orthodoxe marxistische theorieën of zijn ontstaan als reactie op marxistische tradities (postmodernisme, poststructuralisme, postmarxisme, [postanarchisme]) (*2) Deze theoretische stromingen wijzen de mogelijkheid en noodzaak van massamobilisaties en georganiseerde strijd theoretisch af en wijzen in plaats daarvan op micropolitiek of de spontaniteit van de massa. Deze theorieën hebben zich onder linksradicalen als een algemeen discours gevestigd, wat de opbouw van revolutionaire organisaties extra moeilijk maakt.

De noodzaak van de opbouw van een revolutionaire organisatie komt voor ons zowel voort uit de analyse van de uitwerking van de kapitalistische verhoudingen en de analyse van historische en hedendaagse revolutionaire opstanden, de reden van hun ontstaan en uiteindelijke ondergang.

Een analyse van de kapitalistische verhoudingen wijst op de noodzaak van organisatie. De post-fordistische (*3) productiewijze heeft veranderingen in de samenleving met zich meegebracht en deze nieuwe voorwaarden opgelegd waaruit de hedendaagse neoliberale structuren zijn ontstaan. De logica van het kapitaal – een puur economische benadering – heeft alle bereiken van de samenleving overgenomen. Als gevolg hiervan hebben concurrentie, prestatie- en werkdruk, individualisering en kwetsbaarheid zich sterk gevestigd welke oorzaak is van de splijting en versnippering van de maatschappij. Onder zulke omstandigheden worden niet alleen gemeenschappelijke problemen als individuele problemen waargenomen en individueel benaderd; iedereen binnen het kapitalistische systeem is na de ineenstorting van de sociale structuren als gevolg van het doorvoeren van het neoliberalisme (*4) ook daadwerkelijk op zichzelf aangewezen – of dit nu op het werk is, bij de sociale dienst etc. Het is geen wonder dat onder deze precaire omstandigheden concurrentie de plek van solidariteit inneemt en individualisering de plek van gemeenschappelijkheid. Ook worden racistische en nationalistische verdelingen versterkt. Gemeenschappelijk streven naar spontane emancipatorische organisatieprocessen worden daardoor aanzienlijk bemoeilijkt.

Omdat de hegemonie (*5) van kapitalistische ideeën een structurele hegemonie is, is het niet mogelijk om individueel of in versplinterde, kleine groepen hiertegen te vechten. De kwetsbaarheid van het bestaan binnen de maatschappij heeft ook de materiële omstandigheden van politieke en sociale strijd voor linksradicalen veranderd. Ongeorganiseerd en vereenzaamd groeit het gevaar dat we de heersende denkwijzen verinnerlijken en reproduceren of dat we, in de poging om onze individuele problemen op te lossen, worden geabsorbeerd. Om in deze setting emancipatorische denkwijzen te verdedigen, te ontwikkelen en te verspreiden, hebben we een georganiseerde, collectieve strijd nodig. Organisatie biedt daarbij de basis voor politiek handelen als deze zich aan de analyse van maatschappelijke omstandigheden oriënteert en daaruit strategieën, tactieken en doelen afleidt. De vele strategiediscussies en de vaak op onze politiek geuite kritieken zullen geen verandering brengen zolang er geen vaster georganiseerd raamwerk is waarbinnen de verandering gemeenschappelijk kan plaatsvinden.
Analyse van historische en hedendaagse revolutionaire opstanden toont de noodzaak van organisatie

Naast de analyse van de kapitalistische verhoudingen toon de analyse van het ontstaan en verloop van revolutionaire opstanden eveneens de noodzaak van georganiseerde revolutionaire structuren. We gaan er niet van uit dat het moment van maatschappelijke of revolutionaire omwentelingen door revolutionaire organisaties bepaald of voorspeld kan worden. Dit zal afhangen van de materiële en historische omstandigheden.

De geschiedenis leert echter dat aan revolutionaire opstanden en radicale strijd, vaak tientallen jaren van doorgaande, geduldige en georganiseerde inspanningen voorafgegaan zijn. Dit is goed te zien in bijv. de Russische Revolutie van 1905, de Spaanse Revolutie van 1936, de autonome Shin Min-regio in Korea, het zelfbestuur in Fatsa (Turkije) in 1979, in de Koerdische regio’s Sanandaj, Mahabad en Marivan in Iran na de Iraanse Revolutie in 1979, in Chiapas in Mexico sinds 1994 of bij de actuele ontwikkelingen in Rojava in Noord Syrië.(*6)

Hiermee wordt duidelijk dat revolutionaire organisatie bij kan dragen aan het ontstaan van een revolutionaire beweging. In onrevolutionaire tijden zien we voor onszelf de taak om ideeën en manieren van zelforganisatie van onderop in de samenleving te verspreiden en radicale revolutionaire discoursen en analyses te bieden. Zo hopen we bij te dragen aan de opbouw van zelfgeorganiseerde structuren in alle bereiken van ons leven en actuele strijd te ondersteunen, om deze verder te verdiepen en radicaliseren (zie voor een verdere uitwerking hiervan These 4). Hiervoor is het belangrijk om een sociale, solidaire en strijdbare infrastructuur op te bouwen. Deze is niet alleen voor een langdurige strijd onmisbaar, maar tijdens revolutionaire processen vaak ook beslissend of, ondanks aanvallen van het systeem, een opstand kan voortbestaan.

Ook de analyse van historische en hedendaagse opstanden toont dat de voorhanden zijnde georganiseerde structuren van elementair belang zijn voor het verloop van opstanden. Bewegingen falen in sociale strijd net als in revolutionaire situaties wanneer zij niet over eigen permanentere structuren beschikken. Weliswaar zijn de spontaniteit van de massa, in combinatie met de materiële omstandigheden maatgevend voor het uitbreken van revolutionaire situaties, toch is de organisatiegraad van groot belang voor het slagen en voorbestaan er van. Als niet, dan laten we het succes van spontane opstanden volledig aan hun spontane doorzettingsvermogen tegenover de georganiseerde aanvallen van het systeem.

De vele verrassende opstanden die de afgelopen jaren uitbraken; zoals de Groene beweging in Iran, de opstanden in de Arabische Lente in Egypte, Tunesië, Syrië, de Gezi-protesten in Turkije, de massaprotesten van 15M in Spanje en de protesten tegen de bezuinigingen in Griekenland hebben aangetoond dat binnen deze bewegingen spontaan methoden en elementen van zelforganisatie van onderop ontwikkeld en aangehaald worden en vergelijkbare basisstructuren als wijkraden ontstaan zijn. Tegelijkertijd werden deze spontane opstanden echter massaal aangevallen door de oude regimes, reformistische of reactionaire krachten, die zich georganiseerd inspanden om de bewegingen te verdelen, te instrumentaliseren of te verslaan. Als mensen pas tijdens een spontane opstand bekend raken met structuren van zelforganisatie, een politiek bewustzijn en revolutionaire analyse ontwikkelen en hier ervaring mee op doen – terwijl juist dat het moment is dat ze het hardst worden aangevallen door contrarevolutionaire krachten – kan het niet anders, dan dat zij niet in de mogelijkheid zijn om langdurig stand te houden.

De bewegingen in Iran, Turkije, Egypte etc. hebben aangetoond hoe groot het verlangen naar solidariteit en gemeenschappelijkheid bij mensen is en wat voor een potentieel aan wederzijdse hulp, creativiteit en solidariteit zich in deze bewegingen ontvouwen heeft. Om te zorgen dat zulke opstanden of bewegingen niet alleen golfmatig ontstaan en zich weer terugtrekken, verslagen worden of geïnstrumentaliseerd, zijn er georganiseerde revolutionaire structuren nodig. We zien als rol voor deze structuren om vanaf het begin af aan bij te dragen om revolutionaire perspectieven te versterken, kennis en methoden door te geven, solidaire structuren ter beschikking te stellen en zo de gevaren van versplintering en de aanvallen te verminderen. Het is fataal te geloven dat ongeorganiseerde of spontaan georganiseerde bewegingen zich op de lange termijn kunnen verweren of staande kunnen houden tegen de georganiseerde aanvallen van het systeem.

Door de ontbrekende organisatie is linksradicale politiek momenteel nauwelijks openlijk zichtbaar of aansprekend en mist daarmee aansluiting. Dit leidt ertoe dat linksradicale groepen de maatschappelijke relevantie verliezen, wat weer leidt tot een vergroting van de afstand tussen de samenleving en linksradicalen. Een ander aspect van de ontbrekende organisatie is dat de ervaring tussen verschillende generaties van activisten niet verder gegeven kan worden en dat men steeds weer van voor af aan moet beginnen. Daarnaast ontbreekt de mogelijkheid van georganiseerde scholing en jongerenwerk waardoor men moeilijk buiten de eigen microkosmos weet te treden. Tot slot zijn georganiseerde structuren ook goed om losse lokale strijd (of die op deelbereiken) met elkaar te verbinden en daarmee bij te dragen aan het bewustzijn over de onderliggende, gezamenlijk ervaren maatschappelijke oorzaken.

Wat willen wij?

We denken dat de vraag omtrent organisatie op twee met elkaar verbonden vlakken moet worden beantwoord: ten eerste zien we de noodzaak van de opbouw van een niet-hiërarchische, over-regionale, revolutionaire organisatie van mensen die zich toegewijd hebben aan de ideeën en methoden van maatschappelijke zelforganisatie en emancipatie.

Ten tweede streven we naar de opbouw van zelfgeorganiseerde structuren in alle maatschappelijke bereiken en conflicten. Zo kunnen we de gedachte en methodes van zelforganisatie van onderop vanzelfsprekender maken en, net als voor protest- en verzetsbewegingen, zorgen dat ze weerbaarder zijn tegen repressie (zowel voor aanvallen van buiten als door zelfbenoemde leiders van binnen). Hier gaan we in These 4 uitvoerig op in.
De opbouw van een revolutionaire organisatie

We hebben in deze tekst niet de mogelijkheid om een schets te geven van een revolutionaire organisatie. Deze moet in een gemeenschappelijk proces opgebouwd worden uit de praktijkervaring en discussies van de betrokkenen. Toch vinden we het van belang dat mensen die het over bepaalde basisprincipes met elkaar eens zijn, zichzelf organiseren. We streven in deze zin niet de organisatie van heterogene linksradicale groepen na op basis van een minimale gemeenschappelijke deler. In de volgende these proberen we verschillende aspecten en onderdelen te benoemen waarvan we denken dat deze voor het opbouwende proces en de politieke inrichting van zo’n organisatie centraal staan.

Als we over de opbouw van een politieke organisatie spreken, dan is het voor ons allereerst van belang te stellen dat we hiërarchische organisatievormen en leiderschapsconcepten voor maatschappelijke emancipatie en zelfbestuur als volkomen ongeschikt zien. Historisch heeft zich steeds weer getoond dit zij tot onderdrukking van de zelfgeorganiseerde en emancipatorische momenten van revolutionaire bewegingen dienden en uiteindelijk leidden tot de (her-)installatie van nieuwe klassenoverheersing. De door ons voorgestelde revolutionaire politieke organisatie heeft naar onze mening daarmee dus niet de taak protest- of verzetsbewegingen te leiden, om de revolutie over te nemen of om voor mensen te spreken.

Vanuit deze afwijzing van hiërarchische bestuursconcepten volgt dat we strategieën en organisatiemodellen moeten herontdekken of nieuwe moeten ontwikkelen waar nodig. Zo kunnen mensen ervaring opdoen met zelfbestuur, zelfbeschikking en vrij en zelfstandig denken. De structuren van deze organisatie moeten in de basis het vrije initiatief van mensen beschermen [en faciliteren] in plaats hen te besturen. Enkele basisprincipes voor de structuur en de opbouw van zo’n organisatie zijn daarom voor ons: 1 autonomie en besluitvormingsmacht moeten bij de basis liggen (voor alles dat hen direct raakt), 2 delegatie kan enkel met mandaat, verantwoordingsplicht en is direct terug te roepen en/of af te zetten zodra deze hun opdracht niet vervullen. Hoe een organisatie er concreet uit ziet zal afhankelijk zijn van de praktijk en de concrete materiele omstandigheden en noodzaak.

We streven naar een organisatie op basis van gemeenschappelijk gedeelde analyses, strategieën, houdingen en basisprincipes. Vanzelfsprekend organiseren we ons ondanks al onze verschillende achtergronden en maatschappelijke posities bewust in een gemeenschappelijke structuur. We zien de gemeenschappelijke organisatie als een noodzaak om de politieke getto van linksradicalen (met of zonder migratieachtergrond) te overkomen en ons te verzetten tegen de maatschappelijke verdelingen (zie daarvoor ook These 3). Onze kracht ligt naar onze mening in de gemeenschappelijke organisatie. We ondersteunen het echter ook als bepaalde groepen, als zij door specifieke onderdrukkingsmechanismen getroffen worden en zichzelf hierom binnen de eigen organisatie ook autonoom organiseren.(*7)

Bij het opbouwproces van een revolutionaire organisatie zijn er een aantal obstakels. De belangrijkste is de bestaande afkeer van organisatie en het gebrek aan interesse hiervoor onder linksradicalen. De ervaringen van de afgelopen 35 jaar hebben ons getoond dat het proces van organisatie binnen de linksradicale beweging bewust naar voren moet worden geschoven. De strategie voor opzetten van een netwerk waarbij revolutionaire structuren op geleidelijke en natuurlijke wijze naar elkaar toegroeien, heeft zich in die 35 jaar tijd nog niet één keer bewezen en lijkt ongegrond. Landelijke discussies zijn voor ons enkel een middel voor uitwisseling tussen gelijkgestemde, actieve mensen. Ze kunnen echter geen vervanging zijn voor een daadwerkelijk organisatieproces.

In organisatieprocessen stuiten we binnen linksradicale kringen ook regelmatig op verinnerlijkte kapitalistische en individualistische denk- en werkwijzen. Deze staan collectieve processen uiteindelijk in de weg of bemoeilijken deze. Jezelf organiseren betekent compromissen kunnen maken, collectief te leren denken en in een proces ook een stapje terug kunnen nemen. Daarmee bedoelen we niet dat men eigen overtuigingen en standpunten moet opgeven. We willen daarmee zeggen dat er een onderscheid is tussen fundamentele overtuigingen waarover gediscussieerd moet worden of die waar nodig moeten worden verdedigd, en het feit dat men niet altijd met alle besluiten volledig eens is, moet meebeslissen of de besluitvorming moet beïnvloeden. In de linksradicale beweging zijn egoïstische houdingen en de neiging altijd ‘anders’ te willen zijn, sterk aanwezig. Deze zijn het product van de verinnerlijkte neoliberale normen en het gevolg van jarenlange autoritaire opvoeding. Daaruit volgen psychologische factoren als de zucht naar erkenning en waardering en geldings- en profileringsdrang, welke organisatieprocessen sterk kunnen bemoeilijken. De opbouw van een organisatie vraagt er daarentegen om telkens weer op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke in plaats van op zoek te gaan naar het verdelende.

We zijn ons er bewust van dat de opbouw van een organisatie die zich stoelt op basisdemocratische en niet-hiërarchische elementen, gevaren in zich draagt. We zien bijvoorbeeld de ontwikkeling van bureaucratie of organisatie-egoïsme als gevaar. Dit kan enkel door bewustwording en zelfkritiek worden tegengegaan – dit moet dan echter ook wel daadwerkelijk gebeuren. Om een terughoudende en in zichzelf gekeerde organisatiestructuur te voorkomen, moet de kern van de opbouw een over-regionale organisatie zijn die lokale en regionale verankering heeft door middel van groepen die betrokken zijn in de dagelijkse thema’s.

De opbouw van een niet-hiërarchische organisatie betekent voor ons niet dat alle leden alles even goed kunnen of dat iedereen alles moet doen. Het is veel belangrijker om, bewust van de bestaande verschillen in tijd, vaardigheden, persoonlijkheid etc. structuren op te bouwen waarin een balans gecreëerd wordt tussen de mogelijkheid voor persoonlijke ontwikkeling en de efficiëntie van de groep. Niet iedereen moet alles kunnen, maar er moet principieel de mogelijkheid bestaan om vaardigheden te kunnen ontwikkelen en van elkaar te leren. Ook hierbij is de basis dat alle leden het met de basisprincipes en werkwijze van de organisatie eens moeten zijn en dat besluiten gemeenschappelijk genomen worden.

------------

Noten:

1) Ook in veel landen in het globale zuiden is een afkeer tegen organisatie waar te nemen onder jonge activisten en linkse academici. In dictaturen als bijv. Iran komt daar nog een enorme staatsrepressie bij die organisatie bemoeilijkt.

*2) Binnen veel linkse stromingen in Europa is de ondergang van socialistische bewegingen en modellen al ver voor de ineenstorting van de Sovjet-Unie merkbaar. De wortels van poststructuralistische en postmoderne theorieën reiken tot in de jaren 60 terug.

*3) Fordisme refereert naar de eerste implementatie van lopendebandwerk in de Ford fabrieken en de denkbeelden van Henry Ford. Werknemers van zijn fabrieken moesten volgens hem genoeg verdienen om ook de auto’s van Ford te kunnen kopen om zo weer de verkoop te stimuleren – een model dus voor de consumptiemaatschappij. De periode hierna wordt soms beschreven als postfordisme – de verschuiving in het ‘Westen’ naar een diensteneconomie, van massaproductie naar specifieke goederen en diensten en een verandering in bedrijfsstructuren – flexibilisering en kleinere gespecialiseerde bedrijven die elkaar toeleveren i.p.v. grote ondernemingen die de hele keten van grondstof tot eindproduct beheersen. (N.v.d.v.)

*4) Om preciezer te zijn, moet hierbij in dit geval benoemd worden dat een belangrijke fase van het verslaan van collectieve revolutionaire structuren al onder het nationaalsocialisme en fascisme in Europa (stalinisme in Oost-Europa, de Balkan en Rusland, de ‘Redscare’ in de V.S. en de Contra-bewegingen in Zuid-Amerika) heeft plaatsgevonden.

*5) Hegemonie: het overwicht op uiteenlopende gebieden als politiek, cultuur, ideologie en handel door een partij, staat, religieus of politiek systeem waardoor deze indirecte macht over anderen kan uitoefenen. (N.v.d.v.)

*6) Dit in tegenstelling tot de mythe (die deels door het systeem wordt verspreid) dat dergelijke opstanden spontaan plaatvinden. (N.v.d.v.)

*7) Er is een risico dat door de autonome organisatie van individuele groepen, verdelingen (vanuit de maatschappij) binnen de organisatie wordt gereproduceerd en dat gemeenschappelijke strijd hierdoor versplinterd in vele kleine autonome organisaties.


De inleiding bij de 11 stellingen

Al die stellingen bij elkaar is best wat leeswerk, maar toch goed om eens te kijken of we daar iets uit kunnen leren.
Hier is het duitse origineel te vinden: http://kulturkritik.net/index_allgem.php?code=brekol000

Voor het gemak ook nog maar een linkje naar de vertaling van de eerste stelling:
https://www.indymedia.nl/node/43895

Bij die 11 stellingen is trouwens ook een inleiding geschreven en vertaald:

11 thesen

Over organiseren en revolutionaire praktijk voor een fundamentele heroriëntatie van links-radicale politiek – kritiek en perspectieven

Inleiding

Naast een stille onmacht – veroorzaakt door de steeds scherpere aanvallen van het kapitalistische systeem en de ontbrekende kracht van de linkse bewegingen – nemen wij in de afgelopen jaren echter ook een hoopgevende, nieuwe, zoekende beweging onder links en links-radicalen waar. De vraag naar een daadwerkelijk alternatief voor het kapitalisme wordt weer sterker bediscussieerd, of, in ieder geval wordt de discussie hierover steeds belangrijker gevonden. Daarnaast wordt daarbij ook de vraag gesteld met welke concrete middelen en methoden een daadwerkelijke omwenteling van het kapitalistische systeem denkbaar zou kunnen zijn. Deze zoekbewegingen tonen zich, ongeacht waar we komen, in de talrijke discussies die we met kameraden voeren en terugzien in de talrijke strategieverklaringen die de afgelopen jaren werden gepubliceerd. In deze discussies en gepubliceerde stukken zien we een kritiek aan onze huidige politiek, evenals de zoektocht naar nieuwe strategieën.

De hier voorgelegde elf thesen zien we als een bijdrage aan deze discussie en als zoektocht naar een nieuwe inrichting van links-radicale politiek. We zijn (tot op heden) een kleine groep mensen die vanuit verschillende ideologische tradities (marxistisch, marxistisch-leninistisch, autonoom, anarchistisch en libertair-communistisch) en geografische achtergronden (Duitsland, Turkije, Iran, Koerdistan) komen. We zijn elkaar tegengekomen bij de vele acties en op overleggen van verschillende linkse platformen en zijn toenemend met elkaar in discussie geraakt over de vraag hoe maatschappijverandering in de huidige samenleving er uit zou kunnen zien en welke concrete stappen hiervoor benodigd zijn. Wij deelden daarbij onze onvrede over onze huidige politiek en de falende perspectieven van ons als links-radicalen – zowel mensen zonder als met een migratieachtergrond. Uit deze in het begin informele gesprekken is inmiddels een vaster samenwerkingsverband ontstaan. Naast onze eigen ervaringen, hebben we gezamenlijk ook enkele van de gepubliceerde strategiepapieren en analyses van andere groepen gelezen en bediscussieerd.

Uit onze discussies zijn de volgende voorliggende thesen voortgekomen. We hebben hierin geprobeerd uit te drukken wat onze kritiek is op onze huidige politiek, dat wil zeggen. de politiek van grote delen van de in de Duitse Bondsrepubliek levende links-radicalen. Ze bevatten daarnaast ook ideeën over welke concrete veranderingen in onze praktijk we als noodzakelijk zien. De analyse van de huidige maatschappij maakte weliswaar een belangrijk onderdeel uit van onze discussie en de antwoorden die hieruit voortkwamen, maar in het formuleren van de thesen hebben we ons toch meer geconcentreerd op de vraag welke conclusies voor een concrete verandering in onze eigen praktijk we daaruit kunnen trekken. Dit omdat we het gevoel hebben dat juist deze stap in de meeste gepubliceerde strategiepapieren te weinig aandacht heeft gekregen.

We zien de thesen niet als slotconclusie, maar als een samenvatting van de discussie(s) zoals we die tot op heden hebben gevoerd. Hierbij kwamen eerder vragen naar boven dan dat deze beantwoord werden. Met deze publicatie willen we ons aansluiten bij het huidige debat en met iedereen van gedachte wisselen die momenteel vergelijkbare punten bediscussieert. Natuurlijk zijn we blij met reacties, kritiek, aanvullingen en verdere bijdragen aan deze discussie of met uitnodigingen voor discussiebijeenkomsten et cetera. We staan er in ieder geval voor open om mensen voor verdere uitwisseling uit te nodigen om zo de discussie over organisatie en revolutionaire praktijk in Duitsland [en daarbuiten] verder te intensiveren. Ons doel is om zo, via deze weg, een begin te maken met een daadwerkelijk organisatieproces.

Revolutionaire politiek

We zijn ons er bewust van dat er in onrevolutionaire tijden niet zomaar een revolutionaire praktijk bij de massa geïntroduceerd kan worden. Toch zijn we van mening dat de realiteit van de huidige revolutionaire politiek niet in overeenstemming is met het potentieel in de samenleving. Dit heeft iets te maken met de manier waarop de links-radicale politiek daar tot op heden is ingericht. We kunnen dan wel geen directe revolutionaire ontwikkeling verwachten, maar we kunnen er wezenlijk meer voor doen om dit potentieel verder te ontwikkelen en ons beter voorbereiden [voor het moment dat dit wel mogelijk is]. Dit zou een logisch antwoord zijn gezien het feit dat steeds meer mensen zich inlaten met rechts-populistische en racistische ideologieën, waarbij de autoritaire en gemilitariseerde omvorming van de maatschappij een nieuwe dimensie heeft gekregen – iets dat misschien zelfs wel een oorzaak vindt in het gebrek aan een links-radicaal antwoord op de hedendaagse problematiek.

Tegen de achtergrond van de racistische en nationalistische mobilisaties, en het falen van bredere sociale bewegingen in Duitsland [en Nederland], is een breed gedragen reactie van links-radicalen echter precies het tegenovergestelde. Men doet het geloof in de mogelijkheid van echte revolutionaire verandering af als naïef of als een illusie en bestempelt de samenleving als reactionair en onveranderbaar. Dit aspect en een kritiek hierop is terug te vinden in de eerste these 'Revolutionaire politiek betekent het potentieel van de samenleving te [er]kennen'. Centraal staat daarbij dat het falen van de organisatie van links-radicalen oorzaak vindt in hun gebrek aan strategie en effectiviteit. Vanzelfsprekend neemt de tweede these 'De basis van maatschappelijke kracht, ligt in de organisatie er van' een centrale plek in. In de hier op volgende thesen proberen we enkele fundamenten voor een mogelijke organisatie van links-radicalen en een revolutionaire praktijk, verder te onderzoeken.

Vanwege de samenstelling van onze groep en onze gezamenlijke analyse speelt Internationalisme als strategisch leidraad (these 3) voor ons een belangrijke rol. Dit geldt zowel voor het organisatieproces zelf, als ook voor kijk op de strategische inrichting van onze politieke praktijk. De door ons als relevant geachte praktijk, proberen we in de vierde these 'Een nieuwe inrichting van de links-radicale politiek' verder te concretiseren. Daarbij gaan we in de vijfde these 'Het leven erbij betrekken' nog wat dieper in op de vraag in hoeverre de op- en uitbouw van links-radicale projecten, als strategie voor maatschappijverandering, naar ons idee zin heeft. De kritiek op de vaak subculturele, op zichzelf gerichte, en identitaire inrichting van links-radicale politiek heeft zich nog niet veel veranderd, ongeacht het feit dat die kritiek de afgelopen decennia al veelvuldig is geuit.

Hier gaan we in de zesde these 'De subcultuur uit' verder op in. Daarop aansluitend volgen onze gedachten over de vraag rond een revolutionaire levenshouding in de zevende these 'Revolutionaire cultuur in plaats van neoliberale waarden' over de ontwikkeling van een revolutionaire cultuur in links-radicale structuren.

Met de neergang van de linkse bewegingen in de jaren 90 is ook de zoektocht naar echte alternatieven voor het kapitalisme in grote delen van de links-radicale beweging naar de achtergrond geraakt. In onze achtste these 'Alternatieven toe-eigenen en verspreiden' leggen we uit waarom we de discussie voor een zoektocht naar mogelijke alternatieve maatschappijvormen en -modellen als een centraal element van links-radicale politiek zien. Zowel bij de zoektocht naar alternatieve maatschappelijke modellen als bij het doel van onze strategie en praktijk speelt voor ons de discussie over revolutionaire theorieën een grote rol. Daarbij bestaat echter de nijging (welke zich ook heden ten dage weer sterker toont), om zich uitsluitend te richten op losse, gesloten theoriestructuren, waardoor de loopgravenoorlog uit het verleden zich, zonder enige materiële relevantie, weer herhaalt.

In de negende these gaan we daarom in op de 'Omgang met theorie en revolutionaire tradities'. Tot slot komen we bij de tiende these op de betekenis scholing als vast onderdeel van een georganiseerde links-radicale beweging. Dit zien we ook als een project voor de lange termijn. Hierbij denken we aan de opbouw van een alternatief onderwijssysteem bijvoorbeeld in de vorm van een ‘academie van onderop’. Hoewel de in onze thesen geformuleerde kritiek en de beschreven noodzaak voor een fundamentele verandering van de links-radicale oriëntatie niet nieuw is, is er tot op heden helaas weinig veranderd aan onze politiek. Daarom staat in de elfde en laatste these 'Er is een breuk nodig met onze huidige gewoonten', nogmaals de vraag centraal hoe we kunnen zorgen dat de door ons geuite kritieken, strategieverklaringen en discussies niet enkel papierwinkels blijven, maar ook daadwerkelijk weerslag vinden in onze praktijk.

Voordat de thesen beginnen, willen we hier ook nog een korte opmerking maken over de betekenis van verschillende onderdrukkingsvormen. Dit is voor ons noodzakelijk, omdat we in de thesen vaak spreken over “de strijd tegen kapitalisme” of “het heersende kapitalistische systeem” zonder expliciet de andere onderdrukkingsvormen in onze maatschappij te benoemen. Dat we in deze elf thesen (te) weinig ingaan op de specifieke vragen van de strijd tegen het patriarchaat of racistische structuren, betekent niet dat we daar niet de noodzaak van inzien of deze als ondergeschikt achten.

In tegendeel; we zijn van mening dat de maatschappij als geheel niet alleen gebonden is aan kapitaalverhoudingen. We denken niet dat met de omverwerping van de kapitaalverhoudingen plots ook alle andere vormen van onderdrukking vanzelf ophouden te bestaan. Het is wel bijna overbodig aan te tonen dat het patriarchaat en racisme (net als veel andere onderdrukkingsvormen) al bestonden voordat het kapitalisme zich ontwikkelde. Tegelijkertijd bevinden we ons momenteel in een historische fase van het kapitalisme, die als heersend organisatieprincipe van de samenleving, alle andere onderdrukkingsvormen verbindt, overlapt, versterkt, vervormt en soms zelfs vermindert.

Hierom zijn deze (vaak los van elkaar gevoerde) strijden tegen de verschillende onderdrukkende verhoudingen binnen het kapitalistische systeem, alleen als een gemeenschappelijke strijd te zien en te voeren. De geschiedenis toont ons dat er talrijke voorbeelden zijn waarin het scheiden van deze verschillende strijden gedoemd is te falen. Zo wordt de strijd tegen het patriarchaat, zonder antikapitalistische perspectieven, door het systeem opgeslokt en loopt hierdoor op niets uit. Aan de andere kant hebben veel revolutionaire bewegingen in het verleden gezien dat vrouwen, ongeacht hun deelname aan de revolutie, in de nadagen van de revolutie toch weer naar de keuken werden verbannen.

Voor de omverwerping van het patriarchale systeem geldt, net als voor racistische structuren en andere onderdrukkingsvormen, dat deze vanaf het begin af aan onderdeel van onze strijd moeten zijn en ook binnen onze eigen structuren gethematiseerd moeten worden. Vooral in de traditionele linkse groepen is er een nijging de revolutie enkel vanuit economisch perspectief te benaderen. Als wij over kapitalisme spreken, bedoelen we daarmee echter niet alleen de economische kant, maar ook alle andere facetten van uitbuiting en onderdrukking in de huidige maatschappij. Wij zien revolutie dan ook als een continu en voortschrijdend proces voor de omverwerping van alle uitbuitende en onderdrukkende mechanismen.

zeer interessante theorie

zeer interessante theorie

Global IMC Network www.indymedia.org Afrika Ambazonia Canarias Estrecho / Madiaq Kenya South Africa Canada London, Ontario Maritimes Quebec Oost Azië Japan Manila QC Saint-Petersburg Europa Abruzzo Alacant Antwerpen Athens Austria Barcelona Belarus Belgium Bristol Brussels Bulgaria Calabrië Cyprus Emilia-Romagna Estrecho / Madiaq Euskal Herria Galiza Duitsland grenoble Hungary Ireland Istanbul Italy La Plana Liege liguria Lille Linksunten Lombardia London Madrid Malta Marseille Nantes Napoli Netherlands Northern England Norway Nottingham Oost-Vlaanderen Paris/Île-de-France Piemonte Poland Portugal Roma Roemenië Russia Scotland Sverige Switzerland Torun Toscana Ukraine UK-GB Latijns Amerika Argentina Bolivia Chiapas Chile Sur Braszilië Sucre Colombia Ecuador Mexico Peru Puerto Rico Qollasuyu Rosario santiago Uruguay Valparaiso Venezuela Oceanië Aotearoa Manila Melbourne Perth QC Sydney Zuid-Azië India Verenigde Staten Arizona Atlanta Austin Baltimore Big Muddy Binghamton Buffalo Charlottesville Chicago Cleveland Colorado Columbus DC Hawaii Houston Hudson Mohawk LA Madison Michigan Milwaukee Minneapolis/St. Paul New Mexico New Orleans NYC Philadelphia Pittsburgh Portland Richmond Rochester Rogue Valley San Diego San Francisco Bay Area Santa Cruz, CA Sarasota Seattle Urbana-Champaign Worcester West Azië Beirut Israel Palestine Process FBI/Legal Updates Mailing Lists Process & IMC Docs Projecten Print Radio Video Regio's United States Topics Biotech